Ochtendprogramma’s

Kan iemand mij uitleggen hoe radioprogrammatie tot stand komt? Je zou dat op verschillende manieren kunnen doen, bedenk ik me zo. De beste manier volgens mij is dat je gaat kijken naar de essentie van wat verschillende types mensen willen horen. Vervolgens ga je kijken in welke mate deze mensen door het huidige aanbod bediend worden. Daarna sta je voor de beslissing: gaan we hetzelfde doen als wat er als is, maar dan beter, of gaan we net iets anders doen dan het bestaande aanbod maar wel op zo’n manier dat wij ervan overtuigd zijn dat we er een publiek voor hebben of kunnen vormen. Moeilijker is het niet.

Ik kan me ook wel voorstellen dat men, bij gebrek aan talent, inlevingsvermogen en visie, overgaat tot het houden van een marktonderzoek. Overbodig en belachelijk, maar het zou kunnen. Ik ben trouwens benieuwd wat daaruit komt. Niet omdat het de waarheid zou zijn, maar in hoeverre het af zou wijken van wat we in een middagje brainstormen zouden kunnen bedenken voor een fractie van de kost.

Ik kan me inbeelden dat mensen ‘s morgens een lekker stampend ritme willen hebben om op gang te komen en met wat extra fantasie geloof ik ook dat mensen in de ochtend een leuke babbel waarderen. Wat licht klassiek op de nuchter maag is ook heel goed te verteren. Zelf wil ik graag beginnen met wat actualiteiten en van zodra ik weet dat ik niets gemist heb tijdens het slapen, schakel ik over op rustige muziek, niet te moeilijk het mogen hits zijn, of oldies, of classix of nieuw werk van opkomend talent. Het maakt me niet zoveel uit. Eén probleem: ik kan het niet vinden op mijn radio. Of ik nu luister naar Joe FM, Q-Music, MNM, Radio 2 en zelfs Studio Brussel, ik krijg altijd hetzelfde te horen, zij het met hier en daar een andere muziekkeuze. En ik wil niet dat ze allemaal veranderen: leven en laten leven. Ik zou wel graag willen dat er tenminste één is die het over een andere boeg gooit. Een die geen DJ met ADHD op je loslaat terwijl je de slaap nog uit je ogen wrijft. Aan de radiomakers daarom mijn dringende oproep: bespaar me jullie enthousiasme ‘s morgens. Ik wil geen bruisende activiteit voor ik zelf op gang ben. En nee, mijnheer en mevrouw de DJ: het interesseert mij niet wat Mevrouw Pauline Verhoeven uit Kapellen aan het doen is, naast natuurlijk naar jullie zender luisteren. Nee, het kan me ook geen bal schelen wat zij overdag zoal uitspookt voor de kost. Voor mijn part prostitueert ze zich, is ze zelfmoordterroriste of doet ze de vaat  voor de koning. Was het maar zo iets, maar nee, meestal zit ze op de afdeling expeditie van een transportfirma. Nee, ik wil niet weten of ze fijne collega’s heeft. Natuurlijk is haar man de liefste op de wereld en ook haar kinderen doen het goed op school, ik geloof het, elke dag is blijkbaar diezelfde liefste man ter wereld getrouwd met telkens een ander mens dat meedoet aan een belspelletje op de radio. Is dat misschien de basis voor een gelukkig huwelijk? Kan zijn, maar ik word er werkelijk waar niet warm of koud van. Meer nog: ik ken Mevrouw Pauline Verhoeven of Maria Ketelaers uit Poperinge niet en statistisch gezien is de kans heel klein dat ik haar ooit ga ontmoeten. Maar intussen houdt ze wel drie eeuwenlange minuten mijn radio gegijzeld.

En u zult zeggen: zet dan een andere zender op, maar dat is het hem net: op die andere zender duurt het geen 4 minuten of zij halen hun eigen Pauline Verhoeven uit de telefoonkast, hoewel deze bediende is op de klantendienst van een groothandel in moeren en bouten en moeder van twee schattige kinderen die het goed doen op school om vervolgens het antwoord fout te hebben op de meest debiele vraag. Jammer, bedankt dat je meedeed en natuurlijk mag je de groeten doen. Aan je fijne collega’s en de liefste man van de wereld. Hij weer.

De bedrijfsnar.

De discipline van het kwaliteitsverhaal

 

Als in een branche niemand het kwaliteitsspel perfect speelt, zal de hele sector verglijden naar een prijsvechtersmarkt. 
De kansen voor elk product liggen in het creëren van een maximale toegevoegde waarde. Dat kun je bijvoorbeeld doen door de kosten zo laag mogelijk te houden. In ieder geval lager dan die van de concurrent. Op die manier maak je bij gelijke prijzen meer winst en met lagere prijzen verkrijg je een groter marktaandeel. Dat is een job voor de snijders, de persers en de kommaneukers. Overigens heb ik dat een tijd gedaan voor een multinational en ik vond het heerlijk. Er is echter ook een tweede methode en dat is de differentiatie, je onderscheiden van het product dat de concurrentie biedt. Daar ben ik nu een fel voorstander van en ik vind het zo mogelijk nog uitdagender. 
 
In deze column wil ik me daarbij concentreren op het zich onderscheiden door het leveren van een kwaliteit met een dito service. Wie de kwaliteitskaart trekt kan zich niet veroorloven om een steek te laten vallen. Dit betekent dat je niet alleen dat je een product of dienst moet leveren die merkbaar beter is dan die van de concurrent, je zult hierover ook goed moeten communiceren en een service leveren waarbij je alle pijn pakt die verbonden is met een mindere prestatie. 
 
1. Merkbaar beter, betekent soms dat je de klant moet opvoeden. Om een duurdere olijfolie te kunnen verkopen, moet je wel het verschil duidelijk kunnen maken. Dat is niet aangeboren en zowel de inkoper als de concurrentie zal je dwarszitten. Dat vergt specifieke communicatie. Wie dat goed doen zijn bijvoorbeeld Starbucks, Pret-a-Manger en Apple, die allemaal (in het begin) waanzinnig duur gevonden werden. 
 
2. Communicatie vermeld ik nog even afzonderlijk omdat ik hiermee alle andere signalen bedoel die je als fabrikant uitzendt. Ik heb ooit geweten dat Proximus, de Belgische mobiele operator schermde met zijn heldere verbindingen overal in België. Tijdens die campagne deelden ze op een beurs balpennen met hun logo uit. Helaas bleken dat flutpennetjes die meer niet werkten dan wel. Blijkbaar had de inkoper zijn job niet goed begrepen en was hij traditioneel voor de laagste aanbieder gegaan. 
 
3. Service die de pijn pakt is even belangrijk. Je moet staan voor de claims van je merk en die tegen elke gelijkschakeling met de rest verdedigen. 
Zo zocht mijn zoon oorspeakers voor zijn Ipod. Hij had keuze te over in die zaak in de PC Hooftstraat in Amsterdam. Ik vond het knap van hem dat hij, op aanraden van de verkoper, koos voor het 'beste' wat die winkel te bieden had: oorspeakers van JBL die 79,95 Euro kosten. Een behoorlijk bedrag voor een jongen, zeker als je alternatieven van 9,95 Euro hebt. Ik vond het leuk dat mijn kind met zijn beperkt budget koos voor het beste. 
 
Nauwelijks drie maanden later waren de oortjes echter stuk. We gingen terug naar de winkel, maar die was intussen verdwenen. Dat had al een voorteken moeten zijn. Echter niet getreurd, we contacteerden via de website de moederfirma Harman om ons probleem uit te leggen. Dat is nu enkele maanden geleden, twee maal hebben we hun klantenservice gecontacteerd en nog steeds geen antwoord. Het trieste is dat zo'n belabberde service er niet alleen voor zorgt dat een jongere alweer ontgoocheld is in het kwaliteitsverhaal en dus voortaan geneigd zal zijn te kiezen voor prijs, maar ook dat dit afstraalt op bedrijven die wel proberen meerwaarde te creëren.